Wonen in de wijk

Woensdagmiddag 20 december. Ik (Jorien) ben een beetje gestrest. Het was een overvolle dag, David moet een fles, Martijn is nog niet thuis, het is een rommel en over een uur verwacht ik de huisgroep en een paar ‘nieuwe’ wijkbewoners. Ze komen kerst vieren en gourmetten. Ik moet alles nog voorbereiden.

De telefoon gaat: ‘Ben je thuis? Er komt straks iemand naar je toe. Ze is een jonge moeder met een kindje en zit er helemaal doorheen. Ik heb gezegd dat ze nu naar jullie moet gaan’. Ik voel de stress toenemen en reageer: ‘Er staan hier over een uurtje 12 mensen op de stoep om te gourmetten en ik moet álles nog voorbereiden!’. Even later gaat de deurbel, ik doe open en met kinderwagen en al rolt een jonge moslima met haar zoontje binnen: ‘Er was gebeld dat ik zou komen’. ‘Ja dat klopt, kom verder, welkom’. Het blijkt een ‘buurvrouw’ van een straat verderop te zijn. Een ontredderde jonge vrouw. Alles opgegeven voor die ene man. En juist hij laat haar nu in de steek. Ik luister vooral en vraag op het eind: ‘Mag ik voor je bidden?’ ‘Heel graag’, zegt ze. En zo dragen we alles op aan God. Hij kent ook haar pijn, afwijzing en haar behoeften die alleen Hij kan vervullen. Een kostbaar moment waarin we Gods aanwezigheid ervaren. Het blijkt een les die ik keer op keer moet leren; je denkt tot zegen te (moeten) zijn voor een ander, maar in Gods aanwezigheid ontvang je zelf (ook) Zijn zegen.

Ik word weer gebeld: ‘Ik kon eerder weg bij mijn werk, vind je het fijn als ik alvast kom om je te helpen?’. Ik ben opgelucht en dankbaar. Ruimte geboden en nu ontvang ik ruimte door de hulp van een ander. Door perfectie los te laten -wat geeft het dat de tafel nog niet is gedekt en de groenten nog moeten worden gesneden-, ontstaat spontane gezelligheid tussen mensen die elkaar anders niet zo snel spreken.

Vier dagen later vieren we opnieuw kerst. Dit keer in de zondagse viering. De jonge moeder met haar zoontje komt ook. Een spannende stap. Als moslima voor het eerst in haar leven in de kerk. Martijn vertelt over onvrede en ruzie; ‘Het lukt ons mensen niet om vrede te maken, niet onderling en niet op wereldniveau. Jezus is gekomen om vrede te brengen. Vrede tussen jou en God. Vrede tussen mensen onderling’. Ze luistert aandachtig. Op oudjaarsavond nodigt een medewerker haar thuis uit. Gemeenschapsvorming in de praktijk. Zo ‘eenvoudig’ brengt God mensen op ons pad. We mogen Zijn hoop en liefde delen.